Crowdfunden: Vrienden met je lezers? – Miriam van Ommeren en Patricia de Vries

‘Crowdfunden is een werkwoord’

zegt Miriam van Ommeren die een succesvolle crowdfunding campagne opzette voor het realiseren van de vernieuwde website voor online magazine De Optimist. Aan de hand van haar ervaring vertelt Miriam hoe crowdfunding in werking treedt en wat de valkuilen daarbij zijn. Het principe van crowdfunding is dat er via platform campagne wordt gevoerd om een bepaald project te realiseren door middel van het ophalen van donaties voor het benodigde bedrag. In ruil voor de donaties worden er rewards of perks uitgedeeld, die omvangrijker zijn hoe meer geld er gedoneerd wordt.

Er zijn dan drie soorten crowdfunding, een op basis van sponsoring met tegenprestatie, een lening met rente en een investering met aandeelhouderschap. In de kunst sector is het eerste model het meest voorkomend en binnen dat veld hoeft 60% van de donateurs vaak geen tegenprestatie. Nederland heeft ongeveer zeventig crowdfunding platforms, waarvan ‘Voordekunst de populairste is. Veel kunstenaars en artiesten keren tot het platform om hun projecten te realiseren door middel van financiële steun die elders niet of moeilijker verkrijgbaar is. Het crowdfunden lijkt een goed alternatief omdat de kunstenaar autonomie behoudt over zijn of haar kunst en daarmee onafhankelijk is van subsidies en fondsen. Daarnaast helpt de crowdfunding om een community te bouwen rondom het project en daarmee een netwerk van eventueel blijvende aanhang te mobiliseren.

Dit lijkt allemaal positief, maar toch kost het crowdfunden flink wat werk en bevat het een aantal valkuilen zo blijkt uit Miriam’s verhaal. Het kost allereerst veel tijd om een goede campagne op te zetten en te onderhouden. Er moet een prikkelend filmpje geschoten worden waarin duidelijk wordt waar het omgaat en de kijker overgehaald wordt om te doneren. Om het draagvlak te vergroten werkt het goed om in de video (bekende) ambassadeurs te laten zien. In lijn met de werving video is het handig als de initiatiefnemers marketing skills hebben om zo de campagne goed te distribueren en idealiter voorbij de eigen netwerk bubbel komen, om zo ook donaties binnen te halen van onbekenden. Het selecteren (en in begroten) van tegenprestaties is een flinke taak op zich die ook dient om de relaties met donateurs gelijkwaardig te maken. Al met al kost het gemiddeld 15 (onbetaalde) uren per week om de campagne bij te houden volgens Miriam, alhoewel de momenten van donaties zelf vaak op het begin en einde zijn, wanneer iets nieuw is of onder tijdsdruk komt te staan.

Patricia de Vries van Institute of Network Cultures heeft een onderzoek gedaan naar crowdfunding en vult Miriam aan: ‘Crowdfunding blijft een business model’. In principe zijn de platforms er niet alleen voor de gebruikers, maar ook voor de eigenaren, die winst willen maken. Om ergens een project te kunnen beginnen, moet er vaak een bepaald voorschot worden geleverd aan het platform en een bijdrage om überhaupt gebruik te kunnen maken van de service. De hoogte van deze prijs en eventuele rente hangt per platform af. Toch bieden de meeste platforms hetzelfde, vaststaand business model daarvoor in ruil, namelijk pitch, project, rewards en targets of percentage. De gebruiker zit hier aan vast en is daar over het algemeen meer tijd aan kwijt dan verwacht omdat het een tijdrovend proces is – wat weer uren kost van het daadwerkelijke project zelf!

Gezien de promotie van het crowdfundingsproject vaak via sociale media verloopt en dus in persoonlijke netwerken circuleert, worden de relaties monetized, waardoor de slagingsdruk vergroot. Geslaagde projecten betreffen veelal de realisatie van films en games, maar onderzoek en theater niet. Vaak is dit ook afhankelijk van de populariteit die iets buiten het platform om al heeft, omdat de zichtbaarheid veelal hand in hand gaat met populariteit, waardoor iets groots makkelijk groter wordt.

De vraag rest dus wanneer crowdfunding effectief is en of het fenomeen op zichzelf niet verschuift van een alternatief verdienmodel, tot het verdienmodel binnen de kunstsector nu subsidies afnemen. De netwerk economie die hieruit voortvloeit leent zich tot dusver voor bepaalde projecten die anders niet realiseerbaar waren en daarmee biedt het voor sommigen zeker een uitkomst.

 

Share