Literatuuronderzoek: studeren met digitale teksten

MIC-student Anita de Groot onderzocht voor het PublishingLab hoe een serie uitgaven over de onderzoeken van Kenniscentrum CREATE-IT, specifiek gericht op studenten, er uit zou moeten zien. Om uitspraken te kunnen doen over de vorm van zo’n serie, deed ze zowel literatuuronderzoek als field research. In dit blog beschrijft ze de uitkomsten van haar literatuuronderzoek naar studeren met digitale teksten.

(Auteur: Anita de Groot)

Nu de digital natives in de studiebanken zitten, zal digitaal studeren toch geen enkel probleem meer opleveren, zo redeneren velen in het onderwijs. Uit de literatuur blijkt echter dat het niet zo simpel is.

Volgens Mangen, Walgermo en Brönnick (2013) leidt het digitaal bestuderen van teksten tot slechtere studieresultaten. Zij onderzochten of er verschillen waren te constateren in de studieprestaties van zestienjarige  scholieren, die een tekst danwel digitaal als pdf danwel op papier hadden bestudeerd. Er bleken inderdaad verschillen te zijn. De leerlingen die studiemateriaal in pdf-vorm hadden gekregen, scoorden aanmerkelijk slechter dan klasgenoten die dezelfde tekst in print lazen. Waar de scholieren vooral over struikelden, was het heen en weer klikken tussen de verschillende tabbladen met tekst en de toets die zij moesten maken. Deze handelingen haalden de scholieren uit hun concentratie en dat leidden tot slechtere prestaties. De scholieren die papier gebruikten, hadden dit probleem niet en presteerden beter.

Stoop Kreutzer en Kircz (2013) beschrijven het verschil tussen het lineair (van A tot Z) lezen van een tekst en het bestuderen van een tekst. Bij het bestuderen van een tekst, gebruikt de lezer volgens hen de tekst anders dan bij het lineair lezen. Er moeten tabellen en afbeeldingen vergeleken worden. Ook moeten tekstdelen herlezen worden, om de stof goed te begrijpen. Hier werkt papier nog steeds het overzichtelijkst en snelst. Er hoeft immers niet door de tekst gescrold te worden, er kunnen gewoon bladzijden worden omgeslagen.

Door het ‘bedienen van de computer’ blijft de lezer blijft zich sterker bewust van zijn omgeving en gaat daardoor minder op in de tekst. Dit effect is volgens Mangen en Kuiken sterker aanwezig bij het lezen van non-fictie dan bij fictie. Er zal binnen een non-fictie tekst immers vaker heen en weer gesprongen worden dan bij fictie. De lezer zal bij het lezen van fictie sneller meegesleept worden in het verhaal en zo de omgeving om zich heen vergeten. Toch verloopt het digitaal lezen van fictie ook niet vlekkeloos.

Tekstoriëntatie

Mangen en Kuiken (2014) stellen in hun onderzoek ‘Lost in an iPad, narrative engagement on paper and tablet’ dat de lezer tijdens het lezen van een tekst een ruimtelijk tekstbeeld creëert. De lezer oriënteert zich binnen de tekst op basis van bladspiegel, witregels  en ook op globale zaken als: ‘het stond ongeveer op driekwart van het boek’. Bij een digitale tekst ontbreken deze oriëntatiepunten, waardoor de lezer volgens Mangen en Kuiken overzicht verliest en de tekst minder goed begrijpt. Weten dat je bijna op het eind van het boek bent, vertelt je dat de ontknoping nabij is. Dat heeft invloed op het tekstbegrip.

Het bedienen van de computer en de verminderde tekstoriëntatie, zorgen er dus voor dat de lezer minder in een tekst opgaat. Dit heeft een negatieve invloed op het tekstbegrip. Daar komt nog bij dat het langdurig kijken naar een verlicht beeldscherm tot vermoeide ogen leidt (Jeong, 2012). Dit fenomeen wordt sinds 2008 aangeduid als Computer Vision Syndrome (Yan, Hu, Chen, & Lu, 2008). Dit type vermoeidheid leidt tot een verminderde concentratie en daardoor tot verminderde studieprestaties.

Digitaal studeren met de voordelen van papier

Er zijn manieren om de hierboven omschreven problemen te omzeilen. Het gebruik van een e-reader, vooral met e-ink scherm, benadert de leeservaring van papier. Het is rustiger voor de ogen, waardoor de lezer minder snel vermoeid raakt (Mangen & Velay, 2014).

Ook geven een e-reader of een tablet de lezer meer bewegingsvrijheid dan een desktop of laptop. Deze apparaten dwingen de lezer om in een bepaalde positie te blijven zitten en ook dat wordt als vermoeiend ervaren. Een e-book en tablet dwingen dit niet af en zijn meer als een boek of tijdschrift te lezen: onderuitgezakt op de bank.

Digitale markeringen

Ook het probleem van de gebrekkige tekstoriëntatie binnen een digitale tekst, is (deels) te ondervangen, volgens

Rockinson, Courduff, Carter & Bennet (2013) onderzochten verschillen tussen digitaal of vanaf papier studeren, en concludeerden dat het tekstbegrip en de studeerbaarheid van digitale teksten aanzienlijk wordt vergroot wanneer de student digitaal markeringen en aantekeningen in een document kan maken. Dit effect is het sterkst wanneer de digitale tekst is bestudeerd vanaf een tablet of e-reader. In die gevallen was er zelfs nauwelijks verschil aan te tonen met de prestaties van studenten die vanuit een papieren boek studeerden.

Kortom: de mate waarin een digitale tekst bestudeerbaar is, hangt sterk af van het apparaat waarmee de tekst gelezen wordt. De meest onvoordelige manier is om de tekst te lezen vanaf een desktop-computer, met een programma dat niet toelaat dat er digitale markeringen of highlights gemaakt worden. Hoe meer digitaal studeren de ervaring benadert van het studeren vanaf papier, hoe beter de studieresultaten worden.

Bronnen

Jeong, H. (2012). A comparison of the influence of electronic books and paper books on reading comprehension, eye fatigue and perception. The Electronic library, 30 (3), 390-408.

Mangen, A., & Kuiken, D. (2014). Lost in an iPad: Narrative engagement on paper and tablet. Scientic Study of Literature, 4(2), 150-177.

Mangen, A., & Velay, J.-L. (2014). Cognitive implications of new media. In M. Ryan, L. Emerson, & B. Robertson, John Hopkins Guide to Digital Media (pp. 72-77). Baltimore: John Hopkins University Press.

Mangen, A., Walgermo, B., & Brønnick, K. (2013). Reading linear texts on paper versus computer screen: Effects on reading. International Journal of Educational Research(58), 61-68.

Rockinson-Szapkiw, A., Courduff, J., Carter, J., & Bennet, D. (2013). Electronic versus traditional print textbooks: A comparison study on the influence of university students’ learning. Computers & Education, 63, 259-266.

Stoop, J., Kreutzer, P., & Kircz, J. (2013). Reading and learning from screen versus print: a study in changing habits: Part 1 reading long information rich texts. New Library world, 114 (7/8), 284-300.

Yan, Z., Hu, L., Chen, H., & Lu, F. (2008, September). Computer Vision Syndrome: A widely spread but largely unknown epidemic among computer users. Computers in Human Behavior, 2026-2042.

Share