Recensie van Boukje Cnossen & Sebastian Olma (2014)

The Volkskrant Building: Manufacturing Difference in Amsterdam’s Creative City, Amsterdam: Creative Industries Publishing

Rens Holslag

Ik las onlangs de publicatie over het Volkskrantgebouw van Boukje Cnossen en Sebastian Olma. Ik was geïntrigeerd door het verhaal dat hun onderzoek opleverde. Het leest als een literaire thriller. En deed mij denken aan de betere onderzoeksjournalistiek zoals je die vroeger wel in opinieweekbladen aantrof. Het lijkt mij ook heel goed om processen zoals deze zo minutieus vast te leggen. Ik moet wel zeggen dat ik na lezen achterbleef met meer vragen dan antwoorden.

Mijn belangrijkste vraag betreft het wezen van het project, bezien vanuit de ontwikkeling van een definitie van onderzoek in HBO-onderwijs (hoewel natuurlijk de UvA de drijvende kracht achter het onderzoek was). Waar ligt de grens tussen onderzoek en onderzoeksjournalistiek?

Ik denk dat deze publicatie een (van de) goed anker(s) zou kunnen zijn om de discussie over deze onderzoeksvraag mede te voeden. En ik denk dat het ook een van de problemen is waar we met alle HBO-lectoraten van Nederland voor staan. Het is onderdeel van een discussie die ook al enige tijd gevoerd wordt in de Taskforce KUO Onderzoek (lectoren en bestuurders van Nederlandse kunstacademies).

Zou het Volkskrant-onderzoek Universitair wetenschappelijke standaarden moeten doorstaan (het is immers door de UvA mede geïnitieerde embedded research); dan had je (denk ik) de onderzoeksvraag veel simpeler en eendimensionaler moeten maken (maar als gevolg wellicht oninteressanter voor de praktijk die deze studie centraal staat?). Daarnaast denk ik dat je naast de vele interviews dan toch ook meer kwantitatieve analyses zou hebben moeten maken (die mij wel erg zouden boeien, maar waarvan ik begrijp dat ze buiten de limieten van de onderzoekstijd vielen). De afsluitende hoofdstukken en met name ook de verbindingen met o.a. Sloterdijk en Sennett trekken deze studie natuurlijk wel weer voorbij de reguliere onderzoeksjournalistiek, maar het hoofdwerk van de publicatie zou – lijkt mij – goed hebben gepast in de historische traditie van tijdschriften als “Vrij Nederland” in de vorige eeuw.

Waar ik in het verlengde van voorgaande opmerking echt vraagtekens bij plaats (niet om het werk af te doen, maar als items voor discussie): Ik heb grote waardering voor de interviews. De transitie van het gebouw, en de vele problemen onderweg, laten zich daardoor goed volgen. Wat ik mis is een brede context waarin de ontwikkeling van Volkskrant geplaatst zou kunnen worden.

OA: Hoe past deze locatie in de grotere geschiedenis van vrijplaatsen/broedplaatsen in Amsterdam? Wat was de samenstelling van de gebruikers (type bedrijven, oppervlak dat zij innamen, doorstroming in huurders, etc)? Wat was de rol van de gemeente in het geheel? Dat laatste komt wel tussen de regels door aan de orde, maar juist dat aspect vraagt (lijkt mij) om een krachtige analyse.

Ik zie daarom deze publicatie persoonlijk als een interessant en belangrijk hoofdstuk uit een groter boek. Maar wie gaat dat schrijven?

Ik zou ook iets meer over de onderneming “Urban Resort” willen lezen. Het komt op mij over als een groepje bevlogen, maar daardoor weinig zakelijke doorzetters. Het huidige succes van het Volkskrantgebouw is (lijkt mij) voor een flink deel aan hen te danken, maar veel van de ellende onderweg ook vermoed ik. Veel zaken die zij via de “steen tegen het hoofd” uitvonden staan, denk ik, beschreven in Sep, P. Tetterodecomplex: Van kraakaffaire tot volkshuisvestingsmodel. 1992. Amsterdam: Uitgeverij De Balie (zie met name de aanbevelingen op p. 129 en 130). Ik neem aan (afgaand op de referentie lijst) dat de auteurs dat boek niet meenamen in jullie onderzoek. En het lijkt erop – afgaand op de beschreven handelwijze van Urban Resort – dat ook zij het wiel opnieuw hebben uitgevonden. Of waren de aanbevelingen van Sep wel bekend en was er reden die niet ter harte te nemen?

Een verdergaande studie van Tetterode zou – denk ik – wel een bijdrage geleverd hebben aan dit onderzoek. De schrijvers van The Volskrant Building noemen “Weijers” als blauwdruk, maar ik heb persoonlijk de indruk dat het Tetterodegebouw aan de Bilderdijkstraat in Amsterdam belangrijker was. Dat pand was een “echt” kraakpand, in 1983 gered uit de handen van speculant Bakker die er een parkeergarage voor in de plaats wilde zetten. Nota bene een architectonisch monument, deels ontworpen door Merkelbach.

De krakers hebben zich verzet en direct plannen ontwikkeld voor alternatieve indeling met ateliers, werkplaatsen, een kinderdagverblijf, galerie, cafe, etc. De gemeente heeft (in 1986) de jaren voortdurende patstelling tussen krakers en speculant Bakker doorbroken door woningbouwvereniging Het Oosten (die van het Volkskrantgebouw!) dat pand te laten kopen. Daarna heeft het Oosten dat gebouw in intensieve samenwerking met de krakers verbouwd. Alles wat Boukje Cnossen en Sebastian Olma beschrijven mbt Volkskrantgebouw (zoals oa gedeeltelijk zelfbestuur, zelfwerkzaamheid in ontwerp en bouw van publieke en private ruimtes, huurdifferentiatie, etc) was er ook al eens eerder in Tetterode. Je wordt dan nieuwsgierig naar een vergelijking.

 

Download/read the publication here: http://www.publishinglab.nl/blog/publication/the-volkskrant-building-manufacturing-difference-in-amsterdams-creative-city-boukje-cnossen-and-sebastian-olma/

Share